Tagarchief: chinese

Ome Joop.

 De winkelruimte naast de kroeg waar ik al jaren minstens twee maal per week kom om het nodige te nuttigen, heeft maanden te huur gestaan. Het echtpaar dat daar decennialang hun handel in gordijnstof en manufacturen beoefende, had de knoop doorgehakt en had besloten ergens in Friesland rustig te gaan wonen. Goeie buren waren ze altijd geweest, daar niet van – al dronken ze weinig.

Aanvankelijk gaf deze verandering onder ons als vaste bezoekers enige nieuwe gespreksstof, want we hadden allemáál wel een idee over wat we met die winkel zouden kunnen doen; of we hadden wel een kind of kleinkind of we kenden wel een geschikte gozer of toffe meid die er raad mee zou weten.

Maar al snel bleek de brandstof voor deze gesprekken niet voldoende voor langdurig gebruik; en dat was eigenlijk maar goed ook, want welk plan we ook zouden uitvoeren, het zou toch alleen maar leiden tot een hoop gedoe en trammelant – en als we ergens geen behoefte aan hadden, dan was het wel gedoe en trammelant.

Nadat we de nieuwe huurprijs hadden vernomen, en we daarover onze verbijstering en verontwaardiging voldoende hadden geuit, verschrompelde onze aandacht voor het onderwerp tot minimale proporties.

“Als er maar niet zo’n yuppen-tent komt….”, zei soms nog iemand.

“Met zesentwintig soorten veel te dure niet te zuipen zogenaamd luxe koffie…..”.

“O, God, nee, waar iedereen aan z’n mobieltje gekleefd zit of alleen met z’n laptopje bezig is…”. 

“En waar alle vrouwen een zonnebril niet voor hun ogen maar in hun haar hebben….”

“Want daar heb ik ook de pest aan…..”, vulden anderen aan. 

En zo spraken wij wat en zo aten we wat en zo dronken we nog zowat en zo waren we het met elkaar eens en zo gingen de maanden voorbij.

 

Tot gisteren.

Al voordat ik de deur helemaal geopend had, merkte ik het al: er was meer rumoer in de tent dan gewoonlijk.

“Heb je ’t gezien?”  “Heb je de nieuwe buren gezien?!”

“We hebben een Chinese massage-salon als buren gekregen!”

“Nou hebben we toch àlles bedacht, maar dàt niet: een Chinese massage-salon, met rode lampjes rond het raam en een lijst met prijzen voor ‘massage’ en voor ‘full-body-massage’ en drie jongedames met zùlke korte rokjes” – de spreker wees beeldend een punt aan, vlak onder de navel.

 

Het nieuws zorgde merkbaar voor enige reuring onder de vaste gasten, of beter gezegd: vooral onder de vrouwelijke vaste gasten.

De mannelijke cliëntèle reageerde in hoofdzaak in de trant van: “Ach, een Chinese massage-salon, die vind je tegenwoordig door de hele stad…. daar kan ik niet warm of koud van worden…”, terwijl de dames het naadje van de kous wilden weten: “Da’s vast met ‘happy end’ en al, zou het niet? Anders hadden ze toch niet zulke korte rokjes, wat denk jij dervan?”

Hoe meer de heren der schepping de boot afhielden, hoe vasthoudender en nieuwsgieriger de dames werden.

“Maar wij vrouwen kunnen toch moeilijk aanbellen en vragen of de massage ook een ‘happy end’ inhoudt”, zei de barkeepster doortastend:  “We hebben nu even iemand van de heren nodig die voor ons op verkenning gaat! Ome Joop, waar ben je? Dat is natuurlijk een leuke klus voor jou! Kom eens van die kruk af Joop, laat je lekker masseren door de nieuwe buren en kom meteen terug om verslag te doen – wij blijven nog wel een uurtje of wat open. We willen er àlles over horen, maar vooral hoe het met dat happy end gaat. Kom op, ouwe zeerover, we lappen samen wel een paar tientjes!”

Ome Joop was al jaren vaste klant in de kroeg. Aan nieuwkomers vertelde hij graag dat hij zijn hele leven op de kleine vaart had gewerkt, en dat hij in elk stadje minstens één ander schatje had gehad.

Nu was daar geen woord aan gelogen, want tot zijn pensioen werkte hij als stuurman op de pont tussen Centraal Station en Amsterdam Noord. Tot haar overlijden woonde hij vredig met zijn vrouw aan een grachtje in het centrum, terwijl zijn dochter en kleindochter in Amsterdam-Noord huisden;

na haar overlijden werd de kroeg zijn veilige thuishaven, waar hij weinig at, veel dronk en zo nu en dan een dutje deed.

“Kom òp, Joop”, klonk het weer “Wij brengen je wel even”.

En zo geschiedde: onder luide aanmoediging van de aanwezigen werd Joop, geflankeerd door twee kroegdames, bij de ingang van de massagesalon afgeleverd.

“Nou, ’t zal ons benieuwen wat hij te vertellen heeft straks – hij stond wat onvast op z’n benen, maar hij werd goed opgevangen door een Chinese dame”, zeiden de dames na terugkomst; en ze bestelden in afwachting van Joop nog een wijntje.

In het uurtje dat Joop bij de buren verpoosde, steeg de alcoholconsumptie tot iets grotere hoogte dan gemiddeld al het geval is; maar toen hij weer boven water kwam, had hij direct ieders aandacht.

“Vertel op, Joop – hoe ging het er aan toe; en was je erg heppie, aan ’t end?”

“Eerst gauw een borrel”, zei Joop “want daar boden ze alleen thee, en dat blief ik niet. En hoe ’t was? Warm was het en proper en aangenaam, héél aangenaam. Ik moest in m’n blote kont op m’n buik in een klein kamertje op een soort bed liggen, met een gat erin waar m’n kop in paste. Ik werd langzaam ingesmeerd met warme olie, die wel een beetje stonk. Ik weet niet wat ’t was, want ik heb zulk spul niet in huis. Géén wiet, hoor, want dat ken ik wel, maar een soort odeklonje.

En d’r was een soort jengelmuziek, niet mijn soort –  ’t zal wel Chinees zijn. Geef mij maar de Stones, of anders André Hazes.

Toch was het gerieflijk, zéér gerieflijk. Na een poosje tikte ze op m’n schouder en moest ik me omdraaien, wat maar goed was ook, want er kwam zowaar wat leven in m’n vlaggenstok. Ze praatte niet, maar tikte alleen op m’n schouder, want ik dacht nog dat ze geen Nederlands kende.

Aardig wijffie, trouwens; wel met zo’n kort rokkie, maar met van die dikke kousen eronder – en dat hield ze allemaal aan hoor, maak je geen zorgen. Nou, ik me omdraaien natuurlijk – en weer die warme olie of wat het dan ook was; maar gerieflijk was het wel, zéér gerieflijk. En toen weet ik het effe niet meer zo secuur – ik was geloof ik een tijdje onder zeil. Toen ik weer bij zinnen was, was ze bezig me schoon te poetsen, met van dat keukenpapier en een proper handdoekje en een washandje.

Ook wel gerieflijk. En ze zei: “U snurkte, meneer”; en daar moest ze bij lachen. Niet uitlachen, hoor, maar gewoon, áárdig. Want ik dacht nog: je ken wel Nederlands, wijffie. En goed ook hoor – niet ‘snulkte’ of zoiets, maar gewoon ‘snuRkte’. Wel moest ik zes tientjes aftikken, dus ik moest wat bijleggen. Jammer dat ze alleen thee hadden, want dat blief ik niet. Toch ben ik blij dat we niet zo’n yuppen-tent naast ons hebben gekregen.

En het was wel gerieflijk, zéér gerieflijk”.

 

 

 

 

Getagged ,